Welke druppel komt er uit de lucht vallen en gaat snel rimpelingen voor uw vereniging veroorzaken?

Na afloop van het annual congress of the American Society of Association Executives (ASAE) in Detroit dit jaar kwam de groep Nederlandse deelnemers bij elkaar om het congres te evalueren. Wat mij opgevallen was? Het woord “disruptiveness, vooral dankzij de sessie: “What is your Uber?”. Met andere woorden, wat is én kan in de toekomst een bedreiging zijn voor uw vereniging. Bijvoorbeeld 3D printing; als men al in staat is om een borstkas van titanium of zelfs complete huizen te printen. Hoe gaat 3D printing de transport sector beïnvloeden en daarmee het bestaansrecht van bijvoorbeeld Koninklijke Nederlandse Vereniging van Transport-Ondernemingen? Niets voor niets dat op de voorkant van de derde editie van VM magazine het woord Uber vermeld stond. Want niet alleen de KNVTO heeft te maken met deze technologische ontwikkelingen. Oftewel welke druppel komt er uit de lucht vallen en gaat snel rimpelingen voor uw vereniging veroorzaken?

De busjes van Kutsuplus
Toch bijzonder hoe vervolgens een dergelijk onderwerp zich in je hoofd gaat ‘nestelen’ en dan gebeurt er iets wat normaliter voorkomt als je een nieuwe auto aan het uitzoeken bent. Opeens zie je overal dat type auto rijden en exact hetzelfde begon er bij mij wat betreft disruptiveness in te sluipen. Zo las ik via een LinkedIn post uit mijn netwerk het volgende bericht uit FD van 3 oktober met de titel: “Een paal waar op vaste tijden een bus langrijdt is passé?”. Op zich niet direct een eye-catcher, maar de titel trok toch mijn aandacht en al snel las ik over de busjes van Kutsuplus. Dit bleek Fins voor ‘bel plus’ te zijn en is een nieuwe vorm van flexibel busvervoer, waarbij bussen niet volgens een vaste route rijden, maar hun koers voortdurend aanpassen aan de veranderde behoefte van de passagiers. Met andere woorden een kruising tussen de traditionele bus en het gepersonaliseerde taxivervoer van Uber. (bron: FD, 3-10-2015).

Deeleconomie
Iedereen kent de afbeeldingen waar men aangeeft welke partij de grootste hotelketen zonder hotels is en welk taxi bedrijf geen taxi’s op zijn balans heeft staan. Het is duidelijk een trend aan het worden dat gerenommeerde partijen of werkwijzen compleet overgenomen (kunnen) worden door het delen van elkaars kennis en materialen. Een goed voorbeeld hiervan is het Repair Café. Laatst ontmoette ik iemand van deze organisatie en die legde uit dat het concept eigenlijk heel simpel is. Je hebt één keer in de zoveel tijd een repair café nodig want je waterkoker is b.v. kapot. Je zoekt er één op bij jou in de buurt en handige mensen zijn aanwezig om het te repareren voor een klein bedrag. Een initiatief dat klein begon in Amsterdam, maar momenteel al 700 leden internationaal heeft in een korte tijd. Een mooi voorbeeld van deeleconomie en dergelijke communities zie je steeds meer ontstaan.

Communities
Maar hoe speel je hier nu op in als vereniging, die al meer dan honderd jaar bestaat en waarvan de fundamenten opgebouwd zijn door een doelgroep die het verenigen met de paplepel ingegoten kregen? Hoe kun je als vereniging omgaan of opstellen ten opzichte van deze disruptieve ontwikkelingen? Een eerste stap die je kunt zetten is ervoor te zorgen dat je optimaal in contact blijft met je leden, zodat je weet wat er speelt en dat iedereen betrokken is én blijft. Dat men nadenkt over het versterken van de vereniging en dat nieuwe ideeën binnen de vereniging blijven. Natuurlijk bent u hier al mee bezig en worden contact- en kennisuitwisselingsmomenten gecreëerd tijdens het jaarcongres en/of andere bijeenkomsten. Alleen is de vraag of dit in deze ‘snelle digitale’ tijd voldoende is, want het binden en verbinden van uw leden wilt u het hele jaar door kunnen faciliteren.

Social Collaboration
Om op een andere manier met uw leden te communiceren en hen te ondersteunen om samen onderwerpen te bespreken én echt samen te werken, krijgen wij steeds vaker te maken met de vraag naar communities. In de USA is dit al dagelijkse kost, maar in Nederland begint dit zich meer te ontwikkelen. Uiteraard hebben wij deze online wijze van community bouwen onder de loep genomen en de nieuwe CCI community software is het resultaat genaamd Social Collaboration. Een product speciaal ontwikkelt voor verenigingen, die kan helpen om de ‘druppel’ te zien aankomen en daar gezamenlijk op in te spelen én samen te werken.
Nu blijkt dat alleen software niet genoeg is. Een community moet je bouwen, door ontwikkelen, begeleiden en er is dus aandacht nodig. Over dit en nog veel meer willen wij u graag informeren op één van onze workshops: Hoe betrek je jouw leden bij het opzetten van een sterke online community?